• Franky De Cooman

Trash to Treasure

Bijgewerkt op: 16 jun.


‘Wat doe jij op je verjaardag wanneer mensen voor jou beginnen te zingen?’ Het is een vraag die ik graag en vaak stel in mijn zelfzorg werkwinkels en coaching sessies.

Hier volgt een bloemlezing van de antwoorden, vooral van de personen van wie ik aan mijn ellebogen aanvoel dat zelfzorg een heikel thema is:


  • Ik zou willen wegkruipen

  • Ik voel me ongemakkelijk

  • Genant …..

  • Ik zou me onder tafel willen verstoppen

  • Zingen op mijn verjaardag? Ik zorg dat ik die dag verlof neem

  • Ik wou dat het zo snel mogelijk voorbijging

  • Die dag is niet aan mij besteed

  • Laat ons snel de taart opeten en overgaan tot de orde van de dag

  • Ik onderga wat er gebeurt….

  • Ik zing snel mee zodat het precies sneller voorbijgaat


Verjaardagen wierpen mij tot een paar jaar geleden terug naar de momenten waar ik op school ‘Coobeest’ werd genoemd. Naar de momenten waar ik, tijdelijk, een klein beetje sympathiek werd gevonden omdat ik een traktatie meehad. De versnapering in kwestie was vaak een minuscule koetjesreep omdat mijn ouders er niet te veel centen wouden/konden aan spenderen.

Als chocoholic besef ik nu (wist ik toen eigenlijk ook al) dat dit kleinood een aanfluiting van de goede smaak was. Verjaardagen werden dus het hoogtepunt van onwennigheid, het summum van ‘er niet willen zijn’. Want daar ligt de pijnlijke diepe laag: verjaardagen, en die vieren, is nauw verbonden aan het bestaansrecht. Het gevoel hebben ‘er te mogen zijn’. Er mogen zijn, niet om wat je doet, maar vooral om wie je bent. En dat je er bent…Dat het goed is dat je er bent, en dat dit mag gezien, gevierd worden…


Coobeest. Ik was klein, dik, puistig, en onsportief. Het pesten dat ik onderging vertaalde zich niet in lichamelijke agressie (behalve tijdens de sportles waar ik als schietschijf diende in de goal), wel durf ik te beweren dat ik het mikpunt was van emotionele aanranding, dat er emotioneel misbruik plaatsvond.

Met het feit dat ik gepest werd kon ik nergens terecht. Thuis, op school, vrienden (welke vrienden?), niemand had oor naar het feit dat mijn leven niets had van rozenschijn en manegeur. Volgens mijn huidige normen durf ik dus ook spreken van emotionele verwaarlozing. Bovendien werd ik opgevoed met de ‘wetenschap’ van ‘ge moet uw kinderen graag zien, maar ge moogt het hen niet zeggen of laten voelen’. Quasi nooit complimenten, waardering ontvangen, bijgevolg ook nooit geleerd met waardering om te gaan. Ik doe moeite om hier geen steen naar mijn ouders te gooien, als ik hun levensloop analyseer, dan besef ik maar al te goed dat ze andere katten te geselen hadden. De werken van Dokter Spock klaarblijkelijk in Europa toen duidelijk nog geen ingang gevonden, ook die van Nina Mouton niet.

Ook dit tracht ik niemand kwalijk te nemen (behalve het instituut Kerk): ‘wie zijn kind graag ziet spaart de roede niet’ is een eeuwenoud gegeven dat generatie op generatie werd doorgegeven. Man, wat ben ik er fier op dat mijn echtgenote en ik die eeuwenoude traditie in ons klein gezinnetje hebben doorbroken!



Most tradition is just peer pressure from dead people


Zelfbeeld met lage zelfwaarde: pittige combo...

Ik heb dankzij dat pesten, overgoten met een saus van emotionele verwaarlozing, lang gekampt met een laag zelfbeeld, én een abominabele zelfwaarde.

Ook al resulteert gepest worden in een niet te onderschatten veerkracht [1], onderzoekers uit België en Nederland tonen aan dat slachtoffers ook op lange termijn er kwalijke gevolgen van ondervinden. Bijvoorbeeld hebben we, pestslachtoffers, meer met angsten te kampen, hebben we een minder positief mensbeeld en laag zelfbeeld [1]. Ook geven we onszelf sneller van alles de schuld (lees: we zeggen zo vaak ‘sorry’), zelfs al ligt het euvel niet bij ons [2], bijvoorbeeld wanneer iemand anders tegen ons aanloopt zullen wij ons verontschuldigen. Pesten kan ook subtiele onderhuidse vormen aannemen, waardoor het (ook al heeft het dezelfde nefaste gevolgen) moeilijk detecteerbaar is. Dit laatste maakt dat mensen nog sneller gaan denken dat ‘het probleem’ bij zichzelf ligt [3].


Gevolgen hiervan zijn makkelijk na 40 jaar (waarschijnlijk ook langer, maar longitudinale studies hebben altijd een ‘beperkte’ tijdsduur 😉) nog steeds pertinent aanwezig [4]. Bovendien hoeft het zelfs niet te gaan over écht bewezen pesten, maar ook over elk gedrag dat het ‘slachtoffer’ als pesten percipieert. ‘Onschuldige’ plagerijen hebben ook impact [2]: vergeet niet dat de verklaring die men aanhaalt als de oorzaak van iets niet correct, wel plausibel, dient te zijn om impact te hebben op verdere ontwikkelingen [5].

Pesten heeft dus een immense impact op de zelfwaarde van een kind: ook al blijft de zelfwaarde zich levenslang aanpassen, de zelfwaarde ontwikkelt zich voornamelijk van de kindertijd tot aan de vroege volwassenheid [6].


Als slachtoffer van pesten is het hard werken om je niet hulpeloos te voelen [7], de weinige energie die je hebt spendeer je om mentaal te kunnen te overleven. Slachtoffers kunnen tot de conclusie komen dat reageren zinloos is, daarom is de theorie van aangeleerde hulploosheid gepast om te kunnen vatten waarom sommige slachtoffers gevoelloos en passief worden. Aangeleerde hulpeloosheid treedt namelijk op wanneer we tot het besef komen dat de oorzaken van wat ons overkomt intern (ik ben de oorzaak van het pesten), stabiel (ik word al heel mijn leven gepest) en globaal (ik ben niets waard, er is veel mis met mij, al mijn acties leiden tot pesten) zijn [8]. Combineer dat in mijn geval maar met het gevoel/besef emotioneel verwaarloosd te zijn, want er werd niet voldaan aan de nood van een luisterend oor dat mij hielp om op verhaal te komen. Ik voelde me niet gezien, kon nergens terecht met de dingen die mij overkwamen. Fundamentele eenzaamheid, moeder waarom leven wij?


Gevolgen van emotioneel misbruik en verwaarlozing

Het volgende grootschalige onderzoek dat ik tegenkwam [9] zorgde voor serieuze loutering: er is namelijk een associatie tussen emotionele verwaarlozing en


  • zich in het heden gemakkelijk in de steek gelaten weten

  • sociaal isolement

  • het gevoel niet goed genoeg zijn, zich verwaarloosd voelen

  • emotionele kwetsbaarheid

  • emotionele ontbering: de verwachting dat jouw nood aan emotionele steun niet adequaat door anderen zal worden vervuld

  • angst voor misbruik: de verwachting dat anderen je zullen kwetsen, misbruiken, vernederen, bedriegen, liegen, manipuleren of misbruiken

  • angst om te falen

  • emotionele inhibitie: buitensporige remming van spontane actie, gevoel, of communicatie, meestal om afkeuring door anderen te voorkomen

  • gevoelens van schaamte

  • onvoldoende zelfbeheersing

  • maar soms (!)ook een superioriteitsgevoel.


Ook emotioneel misbruik heeft langdurige kwalijke implicaties:

  • schaamte om niet goed genoeg te zijn: het gevoel geen liefde waard te zijn

  • tekortkoming: het gevoel niet geslaagd te zijn in het leven,

  • onafhankelijkheidsonbekwaamheid: het gevoel het dagelijks leven niet aan te kunnen,

  • kwetsbaarheid voor rampen: overdreven angst voor rampen en de overtuiging dat men er machteloos tegenover staat,

  • symbiose: overmatige emotionele betrokkenheid en nabijheid bij een of meer belangrijke anderen ten koste van volledige individuatie of normale sociale ontwikkeling

  • zelfopoffering: overdreven focus om continue de behoeften van anderen trachten in te willigen

  • superioriteitsgevoel (!)

  • emotionele ontbering: het gevoel dat jouw emotionele noden nooit ingewilligd kunnen/zullen worden

  • verlatingsangst

  • angst misbruikt te worden: de verwachting dat anderen je zullen kwetsen, misbruiken, vernederen, bedriegen, liegen, manipuleren of misbruiken.,

  • sociaal Isolement: het gevoel geïsoleerd te zijn van de rest van de wereld, anders te zijn dan andere mensen en/of geen deel uit te maken van een groep of gemeenschap.,

  • onderwerping: overdreven overgave van controle aan anderen omdat men zich daartoe gedwongen voelt uit angst voor woede, vergelding of verlating,

  • emotionele inhibitie: remming op spontaniteit

  • onvoldoende zelfcontrole: aanhoudende moeilijkheden of weigering om voldoende zelfbeheersing en frustratietolerantie aan de dag te leggen om persoonlijke doelen te bereiken of om de buitensporige uiting van zijn emoties en impulsen te beteugelen.


Voor mij allemaal expressies van ‘gevoel van onvoldoende bestaansrecht’ of ‘mag ik er zijn op deze wereld?’


Ik zie regelmatig symptomen hiervan in mijn coachingsgesprekken. En ja, ik weet dat ik moet opletten, het is mijn dada, en als je alleen maar een hamer hebt, dan zie je overal nagels opduiken.


Wat doe ik: complimenten aanvaarden?

Het ontbreken van het gevoel van bestaansrecht zorgt voor een laag zelfbeeld met een gehavende zelfwaarde, mensen die hieronder gebukt gaan hebben moeite met het accepteren en verzilveren van complimenten [10]. Nochtans is het ontvangen van een compliment ontiegelijk waardevol en een aanzet om aan de zelfwaarde te sleutelen. Recent hebben wetenschappers tijdens een studie [11] de hersenen van proefpersonen onderzocht via MRI-scans. Zo hebben ze ontdekt dat het krijgen van complimentjes dezelfde beloningsgebieden activeert als wanneer we geld ontvangen. Bovendien, en hier zit de hefboom, hebben complimenten die het hebben over de personaliteit en karaktertrekken het meest transformerende impact op de ontvanger [12].



Een belangrijke sleutel ligt misschien dus in het leren ontvangen van complimenten. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, of toch niet? Uit een studie waarbij mensen met een lage zelfwaarde onderzocht werden kunnen we praktische handvaten distilleren, zowel voor gevers als ontvangers. Wanneer ontvangers er niet toe komen om een compliment dat hun toegeworpen te linken aan hun negatieve zelfbeeld, dan kunnen ze hierop bouwen in hun verdere ontplooiing.

Belangrijk hierbij is dat het compliment niet abstract is, maar gefundeerd wordt door concrete feiten. Wanneer complimenten abstract blijven, denken ontvangers erover na in relatie tot hun negatieve zelfbeeld en beginnen ze te twijfelen en doen ze er alles aan om complimenten negatief te evalueren: lage zelfwaarde is hun natuurlijke habitat.

Concrete complimenten zijn essentieel, gegeven door mensen die ze vertrouwen. De hulp van mensen die dichtbij staan, de ‘significante anderen’, is van onschatbare waarde. Deze significante anderen kunnen er een stokje voor steken dat de ontvanger het automatisme ontplooit dat hij/zich nog slechter voelt na een compliment omdat het niet strookt met ingesleten negatieve zelfbeeld: de significante andere kan laten voelen - door het expliciteren van dit automatisch denkkader (bv ik kan niets goeds doen, ik ben niets waard, …) - dat het compliment wel degelijk gemeend is [10]. Belangrijk bij het geven van complimenten is dat de gever de nodige welgemeende moeite doet om de ontvanger ze tot zich te laten nemen door de weerstand van de ontvanger liefdevol te ontmijnen [13]. Deze significante anderen kunnen hen er duidelijk (maar liefdevol) op wijzen dat ze complimenten pareren, en hen helpen ze geleidelijk binnen te laten sijpelen [14].


Over hoe je op een adequate manier complimenten kan geven door ze te stoelen op het principe van verbindende communicatie, heb ik reeds voldoende over geschreven.


Fake it till you make it

Complimenten aanvaarden, in het middelpunt van de belangstelling durven staan; Daar begint het mee. Zo ontwikkel je namelijk jeZELF in je queeste naar zelfwaarde…

Maar als ik dat doe, ga ik dan wel mezelf blijven, ga ik dan niet naast mijn schoenen lopen? Ga ik meZELF dan niet verliezen? Ben ik dan nog wel authentiek?


Om te beginnen mogen we stellen dat ons ‘zelf’ geen monolithisch gegeven is, maar eerder een samenzang van verschillende sub-persoonlijkheden. Net zoals bij polyfonie waarbij soms de ene stem wat duidelijker op de voorgrond treedt, waarna een andere stem weer het voortouw neemt. Toch blijft onze personaliteit een harmonieus gegeven [15]. Bovendien word je doorheen je levensloop meer en meer je échte zelf, het staat niet stil [16]. Mensen denken dat ze wel degelijk veel aan henzelf gesleuteld hebben in het verleden, maar dat hun authentieke zelf vanaf heden stabiel is. Dit laatste is heel discutabel: we blijven ons hele leven lang ons échte zelf ontwikkelen [16].


Het streven naar authentiek zijn (authentiek overkomen?) is sowieso - ook al heeft het Griekse antieke wortels - een vrij recent fenomeen….Het kwam weer in het voetlicht toen op een bepaald moment een frisdrankgigant besloot zijn magische formule te veranderen en de klanten overstuur raakten omdat ze "the real thing" wensten te kunnen blijven nuttigen. Dit veroorzaakte een ongeziene lawine waarbij mensen zich begonnen zich af te vragen wat "het echte" betekent, wat leidde tot zelfreflectie over "het echte ik" en "de echte ander" [17].


Authenticiteit is een concept dat moeilijk in een definitie te gieten is [18], maar het noopt om te handelen naar eigen waarden [19], waarden die ons een doel geven [20]. Omdat je eigen waarden leren kennen een never ending story is, is authenticiteit een evoluerend gegeven [19]. Dit maakt authentiek-zijn geen eenmalige inspanning, het duurt een leven lang om trouw te zijn aan jezelf [21] met de nodige bijpassende zelfreflectie [22]. Beginnend met Mead [23], begon men te beseffen dat het zelf niet iets is dat eens en voor altijd vastligt, maar veeleer een nooit-eindigend proces is wanneer een persoon in interactie is met de samenleving [24]. Elke actie die een persoon onderneemt, laat een spoor na in het zelf van die persoon [25]. Ook al blijven kernwaarden stabiel, de gebeurtenissen vormen en herschikken ons ‘zelf’ voortdurend [26].


We mogen en kunnen onszelf dus herwerken. Hier knelt natuurlijk een schoentje, want mensen met een laag zelfbeeld (omwille van wat hen overkomen is in het leven) hebben hier moeite mee. Bij coachinginteracties lepel ik het de mensen daarom in dat het niet hun schuld is dat ze zijn wie ze geworden zijn. Het leven is voor sommigen een lotje uit de (k)loterij. Mensen met een laag zelfbeeld hebben bovendien telkens opnieuw de juiste keuze gemaakt op cruciale momenten in het leven om er voor te zorgen dat ze de schade konden beperken, wat echter wel resulteert in een laag zelfbeeld. Het is niet hun fout dat ze zijn wie ze geworden zijn. Echter is het wel hun verantwoordelijkheid om, eens ze dit beseffen, stappen te zetten om hier verder mee aan de slag te gaan. Coachees herademen wanneer ze dit horen!


Mildheid

Omdat bij het zetten van die cruciale stappen niet alles van een leien dakje zal lopen, moeten we voor ogen houden dat ‘falen’ een kans is om te leren, en er mildheid aan de dag gelegd dient te worden bij het vermeende ‘falen’ [27]. Want falen zal zowiezo gebeuren: op deze manier jezelf her-programmeren is echter hard labeur, het is als dezelfde spier opnieuw en opnieuw trainen [28]. Een fundamenteel veranderingsproces dient namelijk traag te gaan. Ik maak hier graag telkens de vergelijking met een olietanker: als de kapitein die bruusk van koers doet veranderen, dan is de kans groot dat het schip water maakt…


Traag proces dus. En dan is het belangrijk om elk succes te vieren, en met elk zogenaamd falen mild om te gaan. Beiden blijken heel moeilijk te zijn in de praktijk, zo getuigen mijn coachees telkens opnieuw. En toch kan ik niet genoeg daar het belang van onderstrepen: vanuit de gezondheidspsychologie weten we maar al te goed dat een klein terugvalletjes bij het herwerken van een oud patroon maar al te snel wordt gezien als een herval in het oude systeem: iedereen wil dat alles ineens perfect en snel verloopt, wanneer dit niet zo is, dan geeft men het té makkelijk op [29]. Men denkt te weinig wilskracht te hebben, daarom moeten mensen regelmatig herinnerd worden aan de stappen die ze gezet hebben, zeggen dat kleine probleempjes normaal zijn, en dat ze er wel degelijk toe in staat zijn. Positieve booster contacten zijn essentieel [30]!


We zouden kunnen zeggen dat dit soort van leren, herijken, een soort her-conditioneren is [31]. Echter zouden we ook, door het analyseren van spel van kinderen en dieren, kunnen zien dat ‘doen alsof’ een gedegen vorm van leren is, dat men leert door het veelvuldig herhalen van zaken die men zich eigen wenst te maken via het opnemen van ongekende rollen [31]. Een nieuwe rol opnemen kan je leren door te oefenen, oefenen, oefenen, en zelfs te oefenen!


Hâtez-vous lentement, et, sans perdre courage Vingt fois sur le métier remettez votre ouvrage : Polissez-le sans cesse et le repolissez ; Ajoutez quelquefois, et souvent effacez.

Daarom hou ik zo van ‘Fake it till you make it’: we reduceren de dissonantie tussen hoe we ons voordoen en hoe we ons voelen, door ons gedrag aan te passen kunnen we aan ons zelfbeeld sleutelen [32] [33] omdat we dan zien wat we doen (self-perception theory) en overtuigd geraken dat we het kunnen [34]. Ons zelfbeeld, wie we zijn, kunnen we aanpassen door acties! Dat dit geen nonsens is, daar kunnen acteurs soms pijnlijk van getuigen als ze er maar met moeite in slagen een rol van zich af te schudden na veelvuldig in een personage te zijn gekropen [35]!


De kracht van verjaren

Twee significante anderen in mijn leven, personen die me écht mijn bestaansrecht hebben leren ontdekken, zijn Mieke en Michel. Mieke De Pril is de éérste persoon die écht in mij geloofde én dat liet voelen, het uitsprak. We delen sinds 1991 lief en leed, 3 kinderen, kleindochter, pleegkind mét gezin, en nog veel ander moois. Michel Henry is de baas die in me geloofde, die me ondanks een gebuisde ingangstest tóch aannam, me deed groeien als werknemer maar vooral als mens. Deze twee personen vormen de basis voor wie ik ben, daar kon ik verder op bouwen. Zij gaven me de kracht, de veilige thuishaven, om via vallen en opstaan verder aan mezelf te werken. Zij gaven me de hoogstnoodzakelijke basis, als significante anderen, om te groeien tot mezelf.


Dat dit groeiproces (wat natuurlijk nooit afgerond is) wel degelijk zijn vruchten heeft afgeworpen, dat heb ik kunnen merken via de manier waarop ik met mijn verjaardag de laatste jaren ben omgegaan. Het was een jaarlijks terugkerende intensieve training van


  • Durven zeggen dat ik jarig ben

  • Verjaardag bijeenkomsten voor mezelf (laten) organiseren

  • Geen zoenen geven op die dag, ze enkel ontvangen

  • Het laten gebeuren (en leren apprecieren) als er voor mij gezongen wordt

  • Niet onthouden van wie ik welk presentje gekregen heb om nadien er nog kunnen op terug te komen

Ik kwam deze maand tot het besef dat ik fier mag zijn met de stappen die ik gezet heb dankzij mijn verjaardag. De dag die ik als -rasecht gever- me niet schuldig wou willen voelen omdat ik die dag enkel ontvang, en niets wens te geven. Dat niet willen geven die dag gaat soms ver, heel ver.


Daarom dat ik geen antwoorden stuur bij alle verjaardagsberichten die ik krijg. Een oefening die ik een jaar of drie geleden initieerde. Het is het eerste jaar dat ik me daar niet schuldig bij voel!


Missie geslaagd!


Omdat het niet nodig is om te wachten met oefenen tot op jouw verjaardag, geef ik je als uitsmijter een paar kleine tips die jou hierbij kunnen helpen in jouw training:

  • Zeg zo eerlijk mogelijk “Dank u" bij het krijgen van een compliment. Niets meer, niets minder. “Dank u”. Het is de eenvoudigste zin die je kunt zeggen, deze stuurt een krachtige boodschap uit.

  • Probeer een compliment niet te overtreffen. Vermijd de verleiding om iemand te "overtreffen" met een ander compliment. Je zou geneigd kunnen zijn om te zeggen: "Dank je, maar iedereen weet dat jouw bijdragen veel waardevoller waren dan de mijne." Omarm gewoon het moment.

PS: net als Brené Brown (ze beschrijft het in één van haar boeken) getuig ik enkel over stukken die reeds een plaats hebben gekregen. Dit is geen oproep tot medelijden. Het is ter lering ende vermaak, in de hoop dat lezers er iets aan hebben. Bloggen, mét fundamenten, is mijn vorm van reclame maken...

Stukken waar ik in real-time mee zou mee worstelen, die neem ik door met intimi...


Franky De Cooman - Mensj

Zelfzorg coach


Photo by Rye Jessen on Scopio



Referenties



[1] S. Pabian, F. Dehue, T. Völlink, and H. Vandebosch, “Exploring the perceived negative and positive long-term impact of adolescent bullying victimization: A cross-national investigation,” Aggress. Behav., vol. 48, no. 2, pp. 205–218, 2022.

[2] M. J. Boulton, “Associations between adults’ recalled childhood bullying victimization, current social anxiety, coping, and self-blame: evidence for moderation and indirect effects,” Anxiety, Stress Coping, vol. 26, no. 3, pp. 270–292, 2013.

[3] A. K. Samnani, “‘Is this bullying?’ Understanding target and witness reactions,” J. Manag. Psychol., vol. 28, no. 3, pp. 290–305, 2013.

[4] S. Evans-Lacko et al., “Childhood bullying victimization is associated with use of mental health services over five decades: A longitudinal nationally representative cohort study,” Psychol. Med., vol. 47, no. 1, pp. 127–135, 2017.

[5] K. E. Weick, Sensemaking in Organizations. Thousand Oaks, CA: Sage Publications, 1995.

[6] K. H. Trzesniewski, M. B. Donnellan, and R. W. Robins, “Stability of Self-Esteem Across the Life Span,” J. Pers. Soc. Psychol., vol. 84, no. 1, pp. 205–220, 2003.

[7] P. T. Slee, “Bullying at School: It’s hard not to feel helpless,” Child. Aust., vol. 18, no. 4, pp. 14–16, 1993.

[8] C. Peterson and M. E. P. Seligman, “Learned Helplessness and Victimization,” J. Soc. Issues, vol. 39, pp. 103–116, 1983.

[9] T. May, R. Younan, and P. D. Pilkington, “Adolescent maladaptive schemas and childhood abuse and neglect: A systematic review and meta-analysis,” Clin. Psychol. Psychother., no. November 2021, pp. 1–13, 2022.

[10] D. R. Kille, R. P. Eibach, J. V. Wood, and J. G. Holmes, “Who can’t take a compliment? The role of construal level and self-esteem in accepting positive feedback from close others,” J. Exp. Soc. Psychol., vol. 68, pp. 40–49, 2017.

[11] K. Izuma, D. N. Saito, and N. Sadato, “Processing of Social and Monetary Rewards in the Human Striatum,” Neuron, vol. 58, no. 2, pp. 284–294, 2008.

[12] R. Bedosky, L. N. Schaefer, A.-M. Kalafatis, and M. Weaver, “The Psychology of Giving and Receiving Compliments,” in Academic Festival, 2018, vol. 126.

[13] D. C. Marigold, J. G. Holmes, and M. Ross, “More than words: Reframing compliments from romantic partners fosters security in low self-esteem individuals,” J. Pers. Soc. Psychol., vol. 92, no. 2, pp. 232–248, 2007.

[14] P. R. Clance and S. A. Imes, “The imposter phenomenon in high achieving women: Dynamics and therapeutic intervention.,” Psychother. Theory, Res. Pract., vol. 15, no. 3, pp. 241–247, 1978.

[15] A. Renedo, “Polyphony and Polyphasia in Self and Knowledge,” Pap. Soc. Represent., vol. 19, pp. 1–21, 2010.

[16] E. Seto and R. J. Schlegel, “Becoming your true self: Perceptions of authenticity across the lifespan,” Self Identity, vol. 17, no. 3, pp. 310–326, 2018.

[17] R. J. Erickson, “The Importance of Authenticity for Self and Society,” Symb. Interact., vol. 18, no. 2, pp. 121–144, May 1995.

[18] R. Goffee and G. Jones, Why Should Anyone Be Led by You? What It Takes to Be an Authentic Leader. Boston: Harvard Business Review Press, 2006.

[19] R. E. Freeman and E. R. Auster, “Values, Authenticity, and Responsible Leadership,” J. Bus. Ethics, vol. 98, no. S1, pp. 15–23, Sep. 2011.

[20] L. Wray─Lake and A. K. Syvertsen, “The Developmental Roots of Social Responsibility in Childhood and Adolescence,” in New Directions for Child and Adolescent Development, no. 134, 2011, pp. 11–25.

[21] B. George, True North: discover your authentic leadership. San Francisco: Jossey-Bass, 2007.

[22] W. L. Gardner, B. J. Avolio, F. Luthans, D. R. May, and F. O. Walumbwa, “‘Can you see the real me?’ A self-based model of authentic leader and follower development,” Leadersh. Q., vol. 16, no. 3, pp. 343–372, Jun. 2005.

[23] O. Belova, “Polyphony and the sense of self in flexible organizations,” Scand. J. Manag., vol. 26, no. 1, pp. 67–76, Mar. 2010.

[24] G. H. Mead, Mind, Self, & Society: From the Standpoint of a Social Behaviorrist. Chicago: University of Chicago Press, 1934.

[25] A. Sison, “Leadership, character and virtures from an Aristotelian viewpoint,” in Responsible Leadership, T. Maak and N. Pless, Eds. London: Routledge, 2006, pp. 108–121.

[26] B. J. Avolio, Leadership Development in Balance: Made|Born. New York: Pychology Press, 2005.

[27] G. Corkindale, “Overcoming imposter syndrome,” Harv. Bus. Rev., pp. 2–5, 2008.

[28] R. F. Baumeister, M. Muraven, and D. M. Tice, “Ego depletion: A resource model of volition, self-regulation, and controlled processing,” Soc. Cogn., vol. 18, no. 2, pp. 130–150, 2000.

[29] G. A. Marlatt and I. R. Gordon, “Determinants of relapse: Implications for the maintanance of behavior change,” in Behavioral Medecine: Changing health lifestyles, P. O. Davidson and M. O. Davidson, Eds. New York: Brunner/Mazel, 1980, pp. 410–452.

[30] J. E. Irvin, C. A. Bowers, M. E. Dunn, and M. C. Wang, “Efficacy of relapse prevention: A meta-analytic review,” J. Consult. Clin. Psychol., vol. 67, no. 4, pp. 563–570, 1999.

[31] P. Gray and D. F. Bjorklund, Psychology, 8th ed. New York, 2018.

[32] E. Harmon-Jones and C. Harmon-Jones, “Cognitive dissonance theory: An update with a focus on the action-based model Handbook of motivation science,” in Handbook of motivation science, J. Y. Shah and W. L. Gardner, Eds. New York: Guilford Press, 2008, pp. 71–83.

[33] D. J. Bem, “Self-Perception: an Alternative Interpretation of Cognitive Dissonance Phenomena,” Psychol. Rev., vol. 74, no. 3, pp. 183–200, 1967.

[34] D. J. Bem, “Self-perception Theory,” in Advances in Experimental Social Psychology, L. Berkowitz, Ed. New York: Academic Press, 1972.

[35] E. R. Smith, D. M. Mackie, and H. M. Claypool, Social Psychology. New York: Psychology Press, 2015.


161 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven