• Franky De Cooman

Zelfzorg voor zorgverleners? Een mop ja….

Bijgewerkt: mei 24

Ik heb soms de neiging te denken dat de zelfzorg-nulmeridiaan door mijn anus loopt. Voor zeker 5 initiatieven om mensen in de zorg te ondersteunen had ik me geëngageerd, om voor hen luisterend oor te zijn. Laagdrempelig (denk ik toch), gratis. Ik zie mezelf namelijk graag als meester-luisteraar. Zij die nu het beste van zichzelf geven, zij zullen toch wel deugd én nood hebben aan een luisterend oor, niet? Hulpvragen bleven echter uit, de initiatieven quasi onbeantwoord.


Het begon me te dagen. Het zal niet voor nu zijn, misschien zelfs voor nooit. Zorgverleners zijn namelijk een taai ras, en hebben zeker nu geen tijd. Het is nu een kwestie van overleven, doen, doen, doen. Ik begon me lichtelijk te frustreren, voorzag een trauma wanneer de zorgverleners niet voor zichzelf (laten) zorgen. Of ben ik hier mijn eigen visie weer niet te veel aan het poneren… Want wie staat hier eigenlijk in het centrum? Ik, die zo hoogstnodig mijn kunnen als zelfzorgcoach wil tonen? Of toch de zorgverlener die (weeral) het beste van zichzelf weggeeft en stretcht langs alle kanten?

Hoe kan ik dan toch in godsnaam die zorgende in het centrum zetten. Er voor zorgen dat zij zich gedragen weten, gewaardeerd voelen? Hoe kan ik ten dienste zijn? Hoe ga ik voorbij aan mijn eigen kleine zelfbelang?

Ik heb me aangeboden via het Rode Kruis als logistiek vrijwilliger voor een woonzorgcentrum. Daar was namelijk een grote vraag naar hulp. Zelfzorg, zeker in de zorgsector, is hulp durven vragen. Als de berg dus niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan.


En zo ben ik sinds 15 april aan de slag, en zeker nog een paar weken te gaan. En français, quelque part à Bruxelles.


Ik poets kamers, met een mop (voor de niet ingewijden: een zwabber, soort van dweil).


Zo ben ik dienend aanwezig. Kan ik, naast het werk, ook zijn. Aanwezig zijn. Luisteren naar de verhalen.

Zo besef ik dat een poetshulp het eerstelijns psychologische aanspreekpunt is voor personeel en bewoners.

Zo doe ik aan ‘holding space’, creëer ik dus een intermenselijke ruimte waar ik er tracht voor te zorgen dat men zich even gedragen weet. Zo geef ik ruimte aan de schrik, de hoop, het vertrouwen, de frustraties, de uitputting, de angst. En geloof me vrij, die angst leeft. De angst om dingen verkeerd te doen, zelf mensen te besmetten, de angst om zelf ziek te worden. De nacht na mijn eerste shift heb ik die angst zelf ook gevoeld. Wakker geworden met hoofdpijn, een pijnlijke keel, vapeurs, onrust….


En toch blijf ik ten dienste. En sta me toe, hier even een brugje te maken naar wat ‘de wetenschap’ zegt rond Dienend/Responsible Leiderschap – Servant/Responsible Leadership -. Ik kan het niet laten…. Dienend leiderschap is die vorm van dingen doen waarbij je jezelf niet op het voorfront zet, maar je ten dienste bent van anderen (1).

Als je wil gaan voor dienend leiderschap, dan komt het erop aan je ivoren toren te verlaten en aanwezig te zijn waar nodig (2). Het is open staan voor het onverwachte, het bewandelen van ongebaande wegen (3). Het is gaan voor wat je denkt te doen te hebben, het is opteren voor zingeving (4). Het is je hart volgen en trachten je verlangens van dienstbaarheid in praktijk om te zetten (5).

Ik vind het belangrijk mee te werken aan een maatschappij waar de hoop heerst (6) door mee de ongebaande weg uit de huidige sociale malaise te plaveien (7). Hierbij is het namelijk van belang oog te hebben voor de zwakkeren (3), dat we ook deze mensen niet zien als een middel - waar toch niets meer uit te halen valt- , maar als een doel op zich (8). En ik ga hierin nog een stapje verder, ook zorg voor de zorgverleners, want wanneer zij wegvallen, wat dan? En toch doe ik meer dan gewoon de was en de plas: ik neem tijd voor de mensen, tracht diep te luisteren, aanwezig te zijn, te voelen wat echt in hen speelt (9).

Ik waak er wel over dat mijn engagement zuiver is, dat het meer is dan wat dienstbaarheden te laten zien (4). Ik kom in het woonzorgcentrum niet af met grote theorieën (10) over zelfzorg, loop daar niet rond als betweter. Ik doe gewoon wat ik daar te doen heb: poetsen en een klapke doen met de mensen, een positieve, hoopvolle toon zetten waar het kan. Naar de moeilijke verhalen luisteren wanneer mensen nood hebben om te ventileren. Waar ik buiten dit vrijwilligerswerk mee bezig ben, dat vertel ik enkel maar wanneer men mij er expliciet om vraagt. Het zou niet juist zijn om daar wild weg mijn verhaal te vertellen, marketingpraatjes te doen. Maar wanneer men het mij vraagt, dan zeg ik het wel. Maar kort. Ik sta niet in het centrum.


Ik mag mezelf natuurlijk niet uit het oog verliezen, dienend leiderschap is pas duurzaam wanneer je een balans vindt tussen ‘ten dienste staan’ en ‘zorg voor jezelf’ (11). Ik zorg er ook voor dat ik plezier haal uit mijn vrijwilligerswerk (12), dat het niet ontaard tot zelf-opoffering (3). Ik amuseer me met wat ik doe. Het is tegelijkertijd mindfulness, zingeving, plezier hebben in wat ik doe én genieten van de complimenten en de dankbaarheid.


En waar heb ik mijn plezier uitgehaald? Uit zowat alle taken die niet medisch zijn. Dienborden klaarzetten voor de maaltijden. Poetsen. Maaltijden bedelen. Dienborden afruimen. De plonge. Op mijn knieën zitten om trachten verbinding te maken met een bewoner zodat zij toch iets zou eten. Mensen in bed stoppen (en hierbij bijna slaag krijgen). Achterwerken proper maken. Op mijn knieën zitten om kakrestanten van de vloer te krijgen. Een kamer van een overledene leegmaken, Flessen Piedboeuf opendraaien. Op mijn knieën zitten om het plaksel van een kapot gevallen fles Piedboeuf van de vloer te krijgen.

Maar wat ik vooral tracht te doen, is -waar nodig- luisteren naar de treurnis, én waar het kan, lichtheid, hoop, vertrouwen brengen.


Zo besef ik waar de nulmeridiaan ligt. Niet bij mij..



Referenties

1. Greenleaf R. Servant Leadership: A Journey into the Nature of Legitimate Power & Greatness. 25th Annv. Mahwah, NJ: Paulist Press; 2002.


2. Groysberg B, Slind M. Leadership Is a Conversation. Harv Bus Rev. 2012;90(6):76–84.


3. Pless NM, Maak T. Responsible Leadership: Pathways to the Future. J Bus Ethics [Internet].

2011 Nov 29 [cited 2013 Mar 21];98(S1):3–13. Available from: http://www.springerlink.com/index/10.1007/s10551-011-1114-4


4. Sendjaya S, Sarros JC, Santora JC. Defining and Measuring Servant Leadership Behaviour in Organizations. J Manag Stud. 2008;45(2):402–24.


5. Goffee R, Jones G. Why Should Anyone Be Led by You? What It Takes to Be an Authentic Leader. Boston: Harvard Business Review Press; 2006.


6. Adler NJ. The Arts & Leadership: Now That We Can Do Anything, What Will We Do? Acad Manag Learn Educ [Internet]. 2006 Dec 1;5(4):486–99. Available from: http://amle.aom.org/cgi/doi/10.5465/AMLE.2006.23473209


7. Weick KE. Sensemaking in Organizations. Thousand Oaks, CA: Sage Publications; 1995. 231 p.


8. Drengson A. Shifting Paradigms: From Technocrat to Planetary Person. Anthropol Conscious. 2011 Mar 10;22(1):9–32.


9. Merino M. You Can’t be a Wimp: Make the Tough Calls. Harv Bus Rev. 2013;91(11):72–8.


10. Foote N, Eisenstat R, Fredberg T. The Higher Ambition Leader. Harv Bus Rev. 2011;89(9):94–102.


11. Grant AM. In the Company of Givers and Takers. Harv Bus Rev. 2013;91(4):90–7.


12. Freeman RE, Harrison JS, Wicks AC. Managing for stakeholders: Survival, reputation, and success. New Haven: Yale University Press; 2007.

MENSJ

Franky De Cooman / Art Decoo BV
Stationsstraat 110  - 3360 Lovenjoel

+32 (0)476 26 10 25

franky@artdecoo.be

BE 0819.868.150

 

Volg me op

  • White LinkedIn Icon
  • White Facebook Icon

©2019 by Mensj.

Made for the web by Boenk d'erop!